Mandarijnen verkleinen kans op kanker
Mandarijntjes verkleinen de kans op leverkanker, aderverkalking, beroertes en diabetes aanzienlijk. Dat komt door de carotenoïden, die de vruchten hun oranje kleur geven, meldt The Independent.
Japanse onderzoekers van het Instituut voor vruchtbomenonderzoek ontdekten dat mensen die veel citrusvruchten eten, stoffen in hun bloed hebben die verband houden met een lager risico op leverziektes, aderverkalking en insulineresistentie.
Bij een onderzoek onder mensen met chronische virale hepatitis ontdekten de onderzoekers dat het drinken van mandarijnsap de kans op leverkanker vermindert. Van de dertig mensen die een jaar lang dagelijks mandarijnsap dronken kreeg niemand leverkanker. In de controlegroep van 45 personen die geen sap dronken, kreeg bijna 9 procent leverkanker.
Carotenoïden zijn essentieel voor een goede gezondheid. Veel carotenoïden zijn belangrijk omdat ze omgezet kunnen worden in vitamine A. Daarnaast zijn er carotenoïden die geen vitamine A aanmaken, maar die de schadelijke werking van onstabiele cellen, de zogeheten vrije radicalen, kunnen tegengaan. Zij worden ook wel antioxidanten genoemd.
Naast hun functie als producent van vitamine A en antioxidant dragen carotenoïden ook bij aan het op peil houden van het afweersysteem en de celgroei, en beschermen ze de huid en de ogen tegen de schadelijke werking van ultraviolet (UV-)licht.
Japanse onderzoekers van het Instituut voor vruchtbomenonderzoek ontdekten dat mensen die veel citrusvruchten eten, stoffen in hun bloed hebben die verband houden met een lager risico op leverziektes, aderverkalking en insulineresistentie.
Bij een onderzoek onder mensen met chronische virale hepatitis ontdekten de onderzoekers dat het drinken van mandarijnsap de kans op leverkanker vermindert. Van de dertig mensen die een jaar lang dagelijks mandarijnsap dronken kreeg niemand leverkanker. In de controlegroep van 45 personen die geen sap dronken, kreeg bijna 9 procent leverkanker.
Carotenoïden zijn essentieel voor een goede gezondheid. Veel carotenoïden zijn belangrijk omdat ze omgezet kunnen worden in vitamine A. Daarnaast zijn er carotenoïden die geen vitamine A aanmaken, maar die de schadelijke werking van onstabiele cellen, de zogeheten vrije radicalen, kunnen tegengaan. Zij worden ook wel antioxidanten genoemd.
Naast hun functie als producent van vitamine A en antioxidant dragen carotenoïden ook bij aan het op peil houden van het afweersysteem en de celgroei, en beschermen ze de huid en de ogen tegen de schadelijke werking van ultraviolet (UV-)licht.